Avond 24 – Familieopstellingen 15 juni 2015

Vier mannen, vijftien vrouwen en het driekoppige team van Opstellingen Amsterdam. En twee opstellingen.

We begonnen met een gedicht van Wibe Veenbaas:

Waarom hebben alle dingen een naam?
vroeg het meisje aan de meester.
Het was even stil – en hij antwoordde:
Wat een mooie vraag!

Je naam heb je van je ouders gekregen.
Omdat je een naam hebt, kan ik je roepen.
En als ik je roep, kun je bij me komen.
En als je komt, kan ik je vasthouden.
En als ik je vastpak, kan ik je loslaten.

Na de beginoefening en het lied “And I love you so” van Don McLean stond in de eerste opstelling het verlies aan contact binnen het gezin van herkomst opgesteld. Met representanten voor de ik-persoon, vader, moeder, twee broers en een vraagteken. De vraagsteller kwam er zelf pas later in.

Na de pauze en het lied “Kleine jongen” van André Hazes in ballad-vorm stond de vraagsteller in de tweede opstelling  meteen in het veld. Met representanten voor rust, spanning, verbinding en ontspanning.

In de eindkring mocht ieder nog een woord schenken voor wat de avond had gebracht. Een paar van de woorden die geopperd werden: “Verrassend, gapen, ik weet het niet, lichtpuntje, mooi, bijzonder, oudste, er broeit nog iets.”

Mocht jij nog iets willen vertellen over je ervaring op deze avond, dan kan je dat hieronder doen. Je emailadres wordt gevraagd maar niet geopenbaard.

=

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *